WETSVOORSTEL VERBOD VERHEERLIJKING TERRORISME OPNIEUW VOL VAN ONDUIDELIJKHEDEN

Het CDA roept opnieuw op om de verheerlijking van terrorisme strafbaar te stellen. Na eerdere pogingen van Donner (2005) en Haersma Buma (2014) is het dit keer Kamerlid Mona Keijzer dat het wetsvoorstel heeft ingediend.Het wetsvoorstel beoogt de introductie in het Wetboek van Strafrecht van een nieuw artikel (137ga), waarin het verheerlijken van de gewapende strijd en terroristische misdrijven strafbaar wordt gesteld ‘indien betrokkene weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die verheerlijking de openbare orde ernstig verstoort dan wel kan verstoren’.Het verheerlijken van terrorisme is heel letterlijk het toejuichen van terroristische misdrijven op bijvoorbeeld het internet.Ook kan je denken aan de demonstraties in de Haagse Schilderswijk waarbij de vlag van IS werd getoond.De opkomst van social media heeft het karakter van de communicatie en werving onder jihadisten sterk veranderd.Door Facebook en Twitter kunnen jihadisten over de hele wereld elkaar voortdurend beïnvloeden; de effectiviteit van jihadistische propaganda is op deze wijze enorm vergroot.Het CDA wil de verheerlijking van terrorisme strafbaar stellen omdat het toejuichen van dergelijke gruwelijke misdrijven burgers diep kan kwetsen. Hierdoor zouden groepen burgers tegen elkaar worden opgezet waardoor radicalisering kan worden bevorderd. Het CDA meent dat het verheerlijken van terrorisme op deze wijze een voedingsbodem kan vormen voor het plegen van terroristische misdrijven.Het wetsvoorstel van Donner uit 2005 kreeg al veel kritiek van onder andere de Raad voor de Rechtspraak. In feite heeft Mona Keijzer het oude wetsvoorstel in een nieuw jasje gestoken.Volgens een woordvoerder van de Raad voor de Rechtspraak is het wetsvoorstel wellicht niet letterlijk hetzelfde, maar de strekking is dat wel.Dit betekent dat de kritiek die is geuit op het oude wetsvoorstel onverkort aanwezig is.Ten eerste ontbreekt de eis van opzet op het verstoren van de openbare orde. Hierdoor zouden ook journalistieke danwel wetenschappelijke publicaties over terrorisme vervolgbaar worden, indien zij de verstoring van de maatschappelijke orde ten gevolg hebben.Daarnaast is onduidelijk wat precies valt onder ‘gewapende strijd’; valt hieronder enkel het islamitisch jihadisme?Wat verstaat men bovendien precies onder verheerlijking? Is hiervan al sprake wanneer een haatdragend bericht wordt gepost op Facebook of een jihadistisch filmpje wordt geliked?Het wetsvoorstel bevat daarom veel open termen die ongetwijfeld voor problemen zullen zorgen.Door deze vage termen bevat het wetsvoorstel vrijwel geen objectieve bestanddelen voor de rechter om aan te toetsen. Hierdoor blijft enkel de gedachte danwel intentie van de verdachte over ter beoordeling.Wanneer dit wetsvoorstel wordt ingevoerd is het gevaar voor het ontstaan van een intentiestrafrecht daarom groot.Dit terwijl een uitgangspunt van het Nederlandse strafrecht juist is dat enkel gedragingen strafbaar zijn, de gedachte blijft in principe buiten de reikwijdte van ons strafrecht.Omdat een rechter niet in het hoofd van een verdachte kan kijken is het heel lastig om te beoordelen welke gedachten en intenties een verdachte precies had bij zijn uiting.Had de verdachte werkelijk beoogd om de openbare orde te verstoren met zijn uiting? Of was enkel sprake van een puberale actie op het internet?Net als bij andere uitingsdelicten komt de strafbaarstelling van de verheerlijking van terrorisme bovendien in gedrang met de vrijheid van meningsuiting.Het wetsvoorstel ontbeert namelijk een duidelijke afgrenzing tussen de verheerlijking en de uitingsvrijheid.Daarbij voegt deze strafbaarstelling in feite niets toe aan ons Wetboek van Strafrecht.Velen menen dat het verheerlijken van terrorisme in sommige gevallen al strafbaar kan zijn onder de artikelen 131 Sr (verbod op opruiing) en de artikelen 137c en 137d Sr (verbod op groepsbelediging en aanzetten tot haat).Uit jurisprudentie blijkt namelijk dat het uiten van een hoge morele waardering voor een misdrijf in sommige gevallen onder strafbare opruiing valt.Het tonen van een IS-vlag in het openbaar kan al strafbaar zijn onder de artikel 137d Sr.De strafbaarstelling van de verheerlijking van terrorisme is daarom niet noodzakelijk.Het wetsvoorstel is om deze reden ook in strijd met de ultimum remedium-gedachte; er dient terughoudend te worden omgesprongen met het gebruik van het strafrecht, omdat het strafrecht door het gebruik van dwangmiddelen het meest kan ingrijpen in het persoonlijk leven van burgers.Waar andere middelen het gewenste resultaat ook kunnen bereiken, dienen deze eerst te worden ingezet.Het wetsvoorstel moet nog worden behandeld in de Tweede Kamer.Maak je je zorgen over jouw eigen uitingen op het internet, of de consequenties van dit wetsvoorstel? Neem contact op met ons kantoor.

Geschreven op:
20/7/2016

ANDERE ARTIKELEN

13/12/2018

Zedenzaken: de andere kant van de medaille

30/8/2016

KENTEKENS MASSAAL OPGESLAGEN DOOR POLITIE

18/5/2018

Uitnodiging voor een politieverhoor?